La Manche

De kleur van het water is veranderd in heldergroen. Het platteland voor meer heuvels en rotsen. Momenteel ben ik aan het strijden tegen de stroom in het Kanaal. Ik vaar aan de wind met een luttele acht knopen wind. Hoewel de boot graag een wind van tien knopen of meer wil, snijdt het door het water. Even later wordt het beuken tegen de golven in bij toegenomen wind en tegenstroom. De boot heeft een grote mond van zo’n vier knopen snelheid over de grond terug. De stroom is sterk. Ik voel de tegendruk op mijn maag. De boot wil maar toch wordt het afgeremd, voor even althans...

 

Afgelopen weken hebben verschillende vrienden meegevaren. Voor mij als alleenganger een uitdaging, tenminste dat is wat ik had gedacht. Het viel reuze mee en ik vond het gezellig. Ook ben ik blij om weer alleen te zijn. Alles een plekje te geven en meer ruimte toe te laten voor inspiratie, meditatie en naakt rondlopen aan boord.

 

Gisteravond liet ik het anker vallen bij Wisent. In de verte zag ik bij aankomst op de ankerplek vuurwerk de lucht in gaan. Ik blijf het enigszins spannend vinden om in het donker een ankerplek te vinden en het anker te laten vallen. Als ik naar de ankerplek toe vaar hou ik de dieptemeter nauwlettend in de gaten. Is er straks zandgrond, rots, schelp? En vooral als er rotsen zijn, dan zijn die er opeens. Ze laten zich niet zo geleidelijk op de dieptemeter aankondigen als een zandbank. Ook het verval, het verschil tussen hoog en laag water is groter dan in Nederland. Je wilt én genoeg water onder de boot houden én genoeg ankerketting uitgooien zodat het verschil in waterniveau kan worden opgevangen. Houdt het anker het nog wel als het waterniveau met nog zeker 6 meter stijgt? Hoe is de deining ter plekke? Vragen die snel een antwoord krijgen wanneer ik voldaan in slaap val.

 

De volgende ochtend word ik op dezelfde plek wakker en ga ik vroeg op om naar het drukkere vaarwater te gaan. En druk is het. De zeildag begint met letten op ondieptes, allerlei bootjes, wind uit de richting waar ik naar toe wil en dus opkruisen, een ververkeerscheidingsstelsel nabij, vissers, achtergelaten boeien met touw en visnetten die slecht te zien zijn en werkelijk overal worden uitgezet, wegvallende wind en veel gelul over de marifoon. Met dit keer ook een mayday-bericht van de kustwacht. Dertig personen gesignaleerd in het water, overgeleverd aan de stroom met een vermelding van de laatst waargenomen positie. Ik zal uitkijken. Ook kijk ik uit naar Cherbourg, een stad waar ik al eens eerder ben geweest. Ik zie uit naar het vaste land, klusjes en inkopen doen en hopelijk een dansje wagen. Terwijl ik aan dit soort triviale zaken denk, is het contrast met het zojuist ontvangen marifoonbericht des te groter. Als ik er van uit mag gaan dat het om vluchtelingen gaat; hoe bizar is het dat mensen dit wagen in de hoop op een gelukkiger leven.

 

De wind trekt flink aan. Ik moet te scherp en lang aan de wind zeilen om het windmolenpark voor me te ontwijken en sla af naar Dieppe.

Previous
Previous

DgiD

Next
Next

Crises